Naslag

Begrippenlijst

25 termen uit de optiehandel, marktstructuur en prop trading — kort uitgelegd, zonder jargon dat om nog meer jargon vraagt.

0DTE
Zero days to expiration: een optie die op dezelfde handelsdag afloopt. De prijs reageert extreem op kleine bewegingen van de onderliggende waarde en de tijdwaarde verdampt binnen uren.
Assignment
Toewijzing: de schrijver van een optie wordt verplicht te leveren of af te nemen omdat de houder zijn recht uitoefent.
At-the-money (ATM)
Een optie waarvan de uitoefenprijs vrijwel gelijk is aan de koers van de onderliggende waarde. Hier is gamma het hoogst.
Charm
De verandering van delta door het verstrijken van tijd. Ook wel delta decay genoemd.
Delta
Hoeveel de optieprijs naar verwachting verandert bij €1 koersverandering van de onderliggende waarde. Loopt van 0 tot 1 voor calls en 0 tot -1 voor puts.
Dealer
Market maker of handelaar die opties aan beide kanten quoteert en zijn resterende risico afdekt in de onderliggende waarde.
Delta hedging
Het neutraliseren van het richtingsrisico van een optiepositie door de onderliggende waarde te kopen of verkopen.
Gamma
De verandering van delta bij koersverandering. Hoge gamma betekent dat een hedge snel bijgesteld moet worden.
Gamma exposure (GEX)
Een schatting van de totale gamma-positie van dealers, meestal uitgedrukt in hoeveel aandelen of contracten zij per procent koersbeweging moeten kopen of verkopen.
Gamma flip
Het geschatte koersniveau waarop de gamma-positie van dealers omslaat van positief naar negatief, of andersom.
Implied volatility (IV)
De beweeglijkheid die in de optieprijs verwerkt zit: wat de markt nu voor de toekomst inprijst, geen voorspelling.
In-the-money (ITM)
Een optie met intrinsieke waarde: de call staat onder de koers, de put erboven.
Market maker
Partij die doorlopend bied- en laatprijzen afgeeft en daarmee liquiditeit levert. Verdient aan de spread, niet aan richting.
Max pain
Het uitoefenniveau waarop de gezamenlijke waarde van uitstaande opties bij expiratie het laagst zou zijn. Een rekensom, geen voorspelling.
Open interest
Het aantal openstaande optiecontracten in een serie. Zegt iets over posities, niets over richting.
OPEX
Options expiration: de dag waarop optiecontracten aflopen. In de VS meestal de derde vrijdag van de maand.
Out-of-the-money (OTM)
Een optie zonder intrinsieke waarde. Bestaat volledig uit tijd- en volatiliteitswaarde.
Payout
Het deel van de winst dat een prop firm aan de trader uitkeert, vaak 70 tot 90 procent.
Prop firm
Proprietary trading firm: bedrijf dat traders laat handelen met bedrijfskapitaal (of een simulatie daarvan) binnen strikte risicoregels, meestal na een betaalde evaluatie.
Put/call-ratio
De verhouding tussen verhandelde of uitstaande puts en calls. Wordt als sentimentsindicator gebruikt en is berucht om valse signalen.
Theta
Hoeveel waarde een optie per dag verliest door het verstrijken van tijd.
Trailing drawdown
Verliesgrens bij een prop firm die meebeweegt met je hoogste behaalde saldo, waardoor je bufferruimte niet groeit zoals veel traders verwachten.
Vanna
De verandering van delta bij verandering van de implied volatility.
Vega
Hoeveel de optieprijs verandert bij één procentpunt verandering van de implied volatility.
VIX
Index die de door de markt ingeprijsde beweeglijkheid van de S&P 500 over de komende 30 dagen weergeeft.

Educatief, geen advies. Deze pagina legt uit hoe iets werkt. Het is geen beleggingsadvies, geen aanbeveling en geen voorspelling. Handelen in opties en andere hefboomproducten is risicovol en de meeste particuliere traders verliezen geld. Zie onze disclaimer.