Wat is een dealer eigenlijk?
Een dealer of market maker is een partij die doorlopend een bied- en een laatprijs afgeeft in opties. Als jij een call koopt, is de tegenpartij vrijwel altijd zo'n dealer. Hij neemt die positie niet omdat hij gelooft dat de koers daalt, maar omdat hij verdient aan het verschil tussen bied en laat — de spread.
Dat betekent dat hij het richtingsrisico dat hij zojuist heeft opgelopen, weer kwijt wil. Dat doet hij met delta hedging: hij koopt of verkoopt precies zoveel van de onderliggende waarde dat zijn totale positie ongevoelig wordt voor kleine koersbewegingen.
Het mechanisme in vier stappen
- Jij koopt een call met delta 0,40. De dealer heeft die call geschreven en staat dus 40 aandelen "short" in delta.
- Om neutraal te staan koopt hij 40 aandelen (per contract van 100).
- De koers stijgt. De delta van die call loopt op naar bijvoorbeeld 0,55 — dat is gamma aan het werk.
- De dealer moet nu 15 aandelen bijkopen om weer neutraal te staan. Hij koopt dus terwijl de koers al steeg.
Precies daar zit de kern: de hedge volgt de koers. Of dat de beweging versterkt of afremt, hangt af van welke kant van de gamma de dealers als groep zitten.
Long gamma versus short gamma
Dealers long gamma (zij hebben per saldo opties gekocht, of, veel vaker, particulieren hebben massaal calls geschreven): hun hedge werkt tégen de beweging in. Stijgt de koers, dan verkopen zij. Daalt hij, dan kopen zij. Het gevolg is een markt die aan een elastiek lijkt te hangen: kleine bewegingen, snelle terugkeer naar het midden, lage gerealiseerde volatiliteit.
Dealers short gamma (het publiek heeft per saldo opties gekocht, bijvoorbeeld puts tijdens een correctie): de hedge werkt mét de beweging mee. Daalt de koers, dan moeten dealers verkopen; dat duwt de koers verder omlaag, wat weer meer verkopen afdwingt. Dit is de zelfversterkende lus die scherpe dagen scherper maakt.
Het niveau waarop dat omslaat heet de gamma flip.
Waarom hedging vaak rond ronde niveaus zichtbaar is
Optieposities concentreren zich op ronde uitoefenprijzen: 5.000, 5.100, 5.500. Daar ligt de meeste open interest, en dus de meeste gamma. Rond zo'n niveau is de hedge-activiteit het grootst, wat verklaart waarom een index soms lange tijd rond een rond getal blijft hangen op een rustige dag.
Let op de causaliteit: die niveaus zijn geen magneten met eigen kracht. Ze zijn plekken waar veel posities samenkomen, waardoor de hedgestroom daar groter is. Zodra er echt nieuws is, wordt die stroom moeiteloos overstemd.
Wat dealer hedging níet is
Er is een hardnekkig idee dat dealers "de markt sturen" of dat je door hun posities te kennen weet waar de koers heen gaat. Dat klopt niet, om drie redenen:
- De data is een schatting. Wie welke optie kocht of schreef, is niet openbaar. Elk GEX-model gokt aan welke kant de dealer zat, meestal met de vuistregel "calls gekocht, puts gekocht door het publiek". Die aanname klopt lang niet altijd.
- Hedging is niet de enige stroom. Indexfondsen, pensioenfondsen, buybacks, macrodata en systematische strategieën handelen tegelijk en zijn samen veel groter.
- Dealers hedgen niet mechanisch. Grote partijen hedgen met bandbreedtes, met andere opties, of over meerdere producten tegelijk — niet elke tick opnieuw.
Marktstructuur geeft dus context: het helpt begrijpen waarom een dag zich rustig of juist grillig gedraagt. Het levert geen richting op.
Waar je het in de praktijk aan herkent
Je hebt geen dure software nodig om het patroon te zien. Twee dingen die iedereen kan observeren:
- Dagen met kleine ranges en veel terugkeer naar het openingsniveau passen bij een positieve gamma-omgeving.
- Dagen waarop elke beweging doorzet en de VIX oploopt, passen bij een negatieve gamma-omgeving. Zie ook de VIX-uitleg.
Het omgekeerde redeneren — eerst het gedrag zien, dan de verklaring erbij zoeken — is trouwens precies de valkuil. Achteraf past het verhaal altijd.