NQ, MNQ, US100: wat je precies verhandelt
| Instrument | Wat het is | Waar je op let |
|---|---|---|
| NQ | E-mini Nasdaq-100 future (CME), $20 per indexpunt | één punt beweging = $20; grote nominale waarde per contract |
| MNQ | Micro E-mini, een tiende van NQ ($2 per punt) | de gebruikelijke keuze om mee te leren en om fijner te doseren |
| US100 / NAS100 (CFD) | contract for difference bij een broker | geen beursproduct: je tegenpartij is de broker, met eigen spread en financieringskosten |
| QQQ | ETF op de index, met een zeer liquide optieketen | de opties hierop wegen zwaar mee in Nasdaq-gerichte GEX-modellen |
Een dagbeweging van 1 procent is bij NQ al snel meer dan 200 punten, oftewel $4.000 per contract. Wie dat met één contract op een rekening van een paar duizend euro doet, handelt niet met een hefboom maar met een lont.
Waarom de Nasdaq harder beweegt
- Concentratie. Een handvol technologiebedrijven bepaalt een groot deel van de index. Cijfers van één zo'n bedrijf verzetten de hele index, waar de S&P 500 dat over meer sectoren uitsmeert.
- Rentegevoeligheid. Groeibedrijven ontlenen hun waardering vooral aan verwachte winsten ver in de toekomst. Verandert de rente, dan verandert die contante waarde sterker dan bij defensieve sectoren.
- Hogere ingeprijsde volatiliteit. De VXN — de Nasdaq-tegenhanger van de VIX — noteert vrijwel structureel boven de VIX. Opties zijn er dus duurder, en de verwachte dagbeweging groter.
- Meer speculatieve optiestroom. Rond de grote technologienamen wordt veel kortlopend gehandeld, inclusief 0DTE. Dat maakt de hedgestromen groter en schokkeriger.
Hoe hedging in de Nasdaq doorwerkt
Het mechanisme is hetzelfde als elders: dealers dekken hun optierisico af in de onderliggende waarde en moeten die hedge bijstellen als de koers beweegt. Twee dingen zijn hier anders.
Ten eerste loopt de hedge deels via de losse aandelen en niet alleen via de index. Een dealer met een groot boek in opties op één technologiereus hedget in dat aandeel, wat via het indexgewicht alsnog in de NQ terechtkomt. Modellen die alleen naar indexopties kijken, missen dat.
Ten tweede zijn de bewegingen groter, waardoor de hedge-aanpassingen ook groter zijn. In een omgeving met negatieve gamma is de Nasdaq daardoor het instrument waar doorzettende bewegingen het hardst aankomen — en waar een stop het vaakst met slippage wordt geraakt.
De praktische gevolgen voor je risico
- Reken je positiegrootte in punten, niet in contracten. Eén MNQ met een stop van 60 punten is $120 risico. Dat getal, niet "één contractje", hoort in je risicoberekening.
- Houd rekening met de openingsuren. De Amerikaanse opening (15:30 Nederlandse tijd) en de macrocijfers daaromheen leveren de grootste bewegingen en de slechtste uitvoering.
- Weet wanneer je niet handelt. Cijfers van de grootste indexnamen bewegen de hele Nasdaq; dat is geen extra kans maar extra ruis.
- Bij een prop firm-account: reken terug vanaf je dagverliesgrens. Bij de Nasdaq is die grens in punten dichterbij dan traders intuïtief inschatten.