Het rekenvoorbeeld
Een dealer schrijft 10 callcontracten met delta 0,40. Eén contract staat voor 100 aandelen.
| Moment | Delta per optie | Positie in delta | Actie |
|---|---|---|---|
| Start | 0,40 | −400 | koop 400 aandelen |
| Koers +2% | 0,55 | −550 | koop 150 aandelen bij |
| Koers −3% | 0,33 | −330 | verkoop 220 aandelen |
Merk op wat er gebeurt: hij koopt hoger en verkoopt lager. Dat is geen slechte uitvoering maar de aard van een short-gamma-positie — de hedge loopt altijd achter de beweging aan.
Waarom de kosten van hedgen ergens vandaan moeten komen
Elke aanpassing kost geld: spread, commissie en het structurele "hoog kopen, laag verkopen". Dat verlies is precies waarom de dealer premie rekent. De optiepremie is, simpel gezegd, zijn verwachte hedgekosten plus een marge.
Voor de koper geldt het spiegelbeeld: die premie is de prijs die je betaalt om een positie te hebben die vanzelf in jouw richting versnelt. Dat is de handel achter gamma en theta: gamma is wat je krijgt, theta is wat je betaalt.
Waarom niemand continu hedget
In het leerboek wordt continu gehedged. In de praktijk kost elke aanpassing geld, dus hedget een dealer in stappen: bij een bepaalde delta-afwijking, op vaste tijdstippen, of met andere opties in plaats van met de onderliggende waarde.
Dat is de belangrijkste reden waarom elk model dat "de dealer moet nu X kopen" berekent, een vereenvoudiging is. De richting van de stroom kan kloppen; de omvang en het moment vrijwel nooit.
Wat het voor jou als particulier betekent
Je kunt zelf ook delta-hedgen — bijvoorbeeld een geschreven call afdekken met aandelen — maar voor de meeste particulieren wegen de transactiekosten niet op tegen de bescherming. Wat de kennis wél oplevert, is begrip van je tegenpartij: je weet nu waarom een optie duurder is als de markt onrustig is, en waarom er koopdruk kan ontstaan zonder dat iemand bullish is.