Implied versus gerealiseerd
Gerealiseerde volatiliteit meet hoeveel een koers de afgelopen periode daadwerkelijk bewoog. Implied volatility is afgeleid uit de huidige optieprijzen: welke beweeglijkheid moet je invullen om de marktprijs te verklaren?
Historisch ligt de implied volatility van indexopties gemiddeld iets boven de gerealiseerde. Dat verschil is de risicopremie die schrijvers vragen — en de reden waarom het kopen van opties structureel een tegenwind kent.
IV rank en IV percentiel
Een IV van 22 procent zegt op zichzelf niets. IV rank zet de huidige waarde af tegen de hoogste en laagste waarde van het afgelopen jaar; IV percentiel geeft aan welk deel van de dagen lager lag. Beide maken van een absoluut getal een relatief getal, en dat is wat je nodig hebt om te beoordelen of opties nu duur of goedkoop geprijsd zijn.
Volatility crush
Voor een kwartaalbericht loopt de IV op: niemand weet wat er komt, dus onzekerheid is duur. Zodra het bericht er is, verdwijnt die onzekerheid en zakt de IV soms in één klap tientallen procenten. Een optiekoper die de richting goed had, kan daardoor alsnog verlies pakken.
Dat is geen pech maar een voorspelbaar mechanisme, en de reden dat "een call kopen voor de cijfers" veel vaker misgaat dan beginners verwachten.
Skew: waarom puts duurder zijn
Bij indexopties hebben out-of-the-money puts stelselmatig een hogere IV dan even ver verwijderde calls. Die scheefheid heet skew en heeft een logische oorzaak: markten dalen sneller dan ze stijgen, en er is structurele vraag naar bescherming vanuit institutionele portefeuilles.
Skew is ook de reden dat de put-kant van het optieboek zwaarder weegt in GEX-berekeningen.